Tracheostoma, verzorgen tracheacanule en tracheostoma |
| |
Definitie |
| Verzorging van de tracheostoma, de binnen- en buitencanule. |
| |
Doel |
• Voorkomen van ontstekingen en huidirritaties • Voorkomen van afsluiting door sputum |
| |
Indicatie |
| Tracheacanule in situ. |
| |
Contra-indicatie |
| Niet bekend. |
| |
Aandachtspunten |
• Draag een beschermingsbril en mondmasker. • Neusspeculum en mandrin moet aanwezig te zijn als hulpmiddel om de trachea opening open te houden bij een eventuele dislocatie van de canule. |
| |
| Bij tracheacanule verzorging: |
• Controleer de binnencanule tijdens bronchiaal toilet op doorgankelijkheid. • Leg altijd een tweede tracheacanule klaar bij de patiënt. • Ledig zo nodig de maag bij braakneigingen/retentie. • foamverband (bij veel sputumlekkage langs canule) |
| |
| Bij tracheostoma niet ouder dan 5 dagen: |
• Geef de patiënt gedurende de eerste 24 uur na de ingreep geen wisselligging om onnodig tractie aan de tracheacanule te voorkomen. • Waarschuw de arts indien de stomawond na de ingreep blijft bloeden. • Het is belangrijk dat de huid rond de stoma droog blijft, vervang zo nodig het tracheostomacompres. |
| |
| Bij tracheostoma ouder dan 5 dagen: |
• Zorg voor een goede huidbescherming. • Vraag de arts in consult bij lekkage en/of problemen. • De arts verwijdert de hechtingen. • Wanneer de patiënt geheel of tijdelijk ontwend is van de beademing kan in overleg met de arts een spreekklepje of -canule worden geplaatst. • De cuff moet geleegd worden in geval van een spreekklepje bij een gecuffte canule. |
| |
Benodigdheden |
| Bij tracheacanule verzorging: |
• Bekkentje • Beschermdoek • Beschermingsbril en mondmasker • Disposable binnencanule • Gazen 5 x 5 cm • Handschoenen • Reserve tracheacanule • Tracheostomacompres • Uitzuigbenodigdheden • Wattenstokjes |
| |
| Bij tracheostoma verzorging: |
• Bekkentje • Beschermingsbril en mondmasker • Canuleband • Handschoenen • In water gedrenkte gazen 5 x 5 cm • Tracheostomacompres |
| |
Werkwijze |
| Bij verzorging tracheacanule: |
• Leg beschermdoek op de borst van de patiënt. • Doe beschermingsbril en mondmasker op en trek handschoenen aan. • Voer bronchiaal toilet uit. • Maak het uitwendige deel van de buitencanule schoon met wattenstokje en in kraanwater gedrenkte gazen. • Verwijder de binnencanule en plaats de disposable binnencanule. • Maak de binnen- en buitenzijde van de binnencanule onder stromend water schoon. • Droog de canule met gazen of tissue. • Desinfecteer de canule met alcohol 70 % en laat ze aan de lucht drogen. • Verwijder de disposable binnencanule en plaats de binnencanule weer terug. • Reinig de binnencanule minimaal 2 x per 24 uur. |
| |
| Bij verzorging tracheostoma: |
• Doe beschermingsbril en mondmasker op en trek handschoenen aan. • Verwijder het tracheostomacompres. • Reinig de wondranden met gazen en water zonder zeep. • Neem na elke veeg een schoon gaas. • Laat de huid drogen. • Breng een schoon tracheostomacompres aan. • Vervang zo nodig het canulebandje, laat minimaal 2 vingers ruimte tussen het bandje en de huid van de patiënt. |
| |
Complicaties |
• Ritmestoornissen • Braken/aspiratie |
| |
Bronnen |
• Kinkade S.L., Lohrman J.E., Critical Care Nursing Procedures, B.C. Decker, Inc., Philadelphia, 1990, pag. 146-154 • Richtlijnen Werkgroep Infectie Preventie • Brink G. van den, Lindsen F., Rap H., Rijs B., Uffink Th., Leerboek Intensive Care • Verpleegkunde deel 2, Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2003 • Logston-Boggs R. en Wooldridge-King M., AACN Procedures Manual for Critical Care, derde editie, W.B. Saunders Company, Philadelphia, 1993, pag. 50-60 • Best practice 2009 |
| |
Disclaimer |
De werkgroep Verpleegkundige Intensive Care Protocollen (VICP) stelt haar standaardhandelingen vrij ter beschikking. De VICP heeft de standaardhandelingen met zorg opgesteld in overleg met medewerkers uit verschillende ziekenhuizen. Ze zijn gebaseerd op consensus, best practice en/of wetenschappelijk onderzoek. De VICP staat open voor vragen, suggesties en opmerkingen over haar standaardhandelingen. De VICP is niet verantwoordelijk voor (de gevolgen van) het gebruik van haar standaardhandelingen. Personen of instellingen die gebruik willen maken van de VICP-standaardhandelingen moeten deze aanpassen aan en autoriseren voor de eigen werkomgeving. De documentkenmerken van de VICP (logo, auteur, autorisator, documentbeheerder, documentnummer, autorisatie- en revisiedatum) worden bij voorkeur vervangen door documentkenmerken van de betreffende instelling. |
| |
| Auteur: | VICP - CR | Documentnummer: | versie 2 | | Autorisator: | VICP | Autorisatiedatum: | januari
| 2006 | | Documentbeheer: | VICP | Revisiedatum: | januari | 2008 | |