Centraal veneuze katheter, bewaking en drukmeting |
| |
Definitie |
| Het meten en bewaken van de centraal veneuze druk (CVD) in de vena cava superior. |
| |
Doel |
| Het meten en bewaken van de centraal veneuze druk. |
| |
Indicatie |
| Dreigende of bestaande over- of ondervulling van het centraal veneuze vaatstelsel. |
| |
Contra-indicatie |
| Niet bekend. |
| |
Aandachtspunten |
• De CVD-waarde komt overeen met de rechteratriumdruk. • Pas na iedere houdingsverandering de hoogte van de drukkop aan. • IJk en nul de drukkop bij het begin van iedere dienst. • Meer dan 3 ml/ uur flow over de CVD-katheter geeft een meetwaarde die niet representatief is voor de CVD, stop de infusie om een betrouwbare waarde te verkrijgen. • Ademhaling en beademing zijn van invloed op de drukmeting in de thorax, meet de CVD in de eindexpiratoire fase. • Bij het aansluiten of tijdens de bewaking kan de drukcurve veranderen. Een gedempte curve kan ontstaan door: |
| | • Luchtbellen in het drukmeetsysteem; • Trombusvorming in de catheter; • Gebruik van het lumen voor infusie; • Te weinig druk op de drukzak of een lege drukzak; • Dislocatie van de katheter of de katheter die tegen de vaatwand ligt; • Storing van de transducer of monitor. |
| |
Benodigdheden |
• Bewakingsmonitor met module voor drukmeting • Centraal veneuze katheter in situ • Opgebouwd enkel drukmeetsysteem aangesloten aan de centraal veneuze katheter • Drukkophouder • Waterpas/ laserlampje |
| |
Werkwijze |
• Sluit het drukmeetsysteem aan op het distale lumen van de centraal veneuze katheter. • Stel de curve op de monitor in op de optimale schaal, meestal 0 - 30 mm Hg. • IJk de drukkop met behulp van de waterpas op rechteratriumhoogte en nul de drukkop. • Controleer de curve op de monitor. De normaalwaarde van de CVD is 3 - 6 mm Hg. • Stel de alarmgrenzen in en zet het alarm aan. |
| |
Complicaties |
• Luchtembolie • Infectie |
| |
Kenmerken van de CVD curve |
 |
| a-top |
| De contractie van het atrium. |
| x-dal |
| De druk in het atrium daalt tijdens de atriumontspanning. |
| c-top |
| Een drukverhoging in het atrium door terugbuigen van de tricuspidalisklep tijdens de ventrikelsystole. |
| x-dal |
| De drukverlaging die daarop volgt, wanneer tijdens de uitdrijffase van het ventrikel de slippen van de klep iets naar beneden worden verplaatst. |
| v-top |
| Het instromen van bloed vanuit de vena cava, de tricuspidalisklep is nog gesloten. |
| y-dal |
| Het openen van de tricuspidalisklep waardoor het bloed het rechterventrikel instroomt. |
| |
Bronnen |
| Brink, G. van den, Lindsen, F., Rap, H., Uffink, Th.,Leerboek Intensive Care Verpleegkunde deel 1, Maarssen vierde druk 2003 |
| |
Disclaimer |
De werkgroep Verpleegkundige Intensive Care Protocollen (VICP) stelt haar standaardhandelingen vrij ter beschikking. De VICP heeft de standaardhandelingen met zorg opgesteld in overleg met medewerkers uit verschillende ziekenhuizen. Ze zijn gebaseerd op consensus, best practice en/of wetenschappelijk onderzoek. De VICP staat open voor vragen, suggesties en opmerkingen over haar standaardhandelingen. De VICP is niet verantwoordelijk voor (de gevolgen van) het gebruik van haar standaardhandelingen. Personen of instellingen die gebruik willen maken van de VICP-standaardhandelingen moeten deze aanpassen aan en autoriseren voor de eigen werkomgeving. De documentkenmerken van de VICP (logo, auteur, autorisator, documentbeheerder, documentnummer, autorisatie- en revisiedatum) worden bij voorkeur vervangen door documentkenmerken van de betreffende instelling. |
| |
| Auteur: | VICP - AB | Documentnummer: | versie 1 | | Autorisator: | VICP | Autorisatiedatum: | januari
| 2009 | | Documentbeheer: | VICP | Revisiedatum: | januari | 2012 |
|